Kwestie van wennen

Kwestie van wennen

Artikel door Irma Metzger

Een geleidehond wisselt in zijn leven minstens drie keer van baas en omgeving. Hoewel de een daar meer last van heeft dan de ander, is het voor iedere hond een ingrijpende gebeurtenis. In Brabant, bij Geleidehondenopleiding Ans L’abee, hebben ze er zelfs een werkwoord voor: ‘Overwennen’. Een proces dat de nodige aandacht verdient. Want: ‘Er gaat meer in de hond om dan je denkt’.

Anna is een voorbeeldige geleidehond. Zo’n lief hondje met een zeehondensnoetje, prettig in de omgang en keurig opgevoed. Ze stapt binnen bij haar nieuwe baas, ze hurkt en plast, midden in de woonkamer. Daar sta je dan, als instructeur, terwijl je een paar dagen eerder nog hebt beweerd dat het zo’n nette hond is.

Ans L’abee en Evaline Koning, van Geleidehondenopleiding Ans L’abee, ontvangen onder de patio, op het terras van hun geleidehondenschool annex woonhuis. Op de geschuurde, robuuste tafel ligt een lange lijst met soortgelijke verhalen. Het verhaal over de rustige hond die zich nerveus aan de kuiten van zijn nieuwe baas vastplakt, de net afgeleverde, superbrave hond die dingen van tafel jat en de zwijgzame hond die na aflevering plots bij het minst of geringste blaft. Dan zijn er nog de verhalen over de kersverse geleidehonden die na een paar dagen het geleidewerk lijken te zijn vergeten. Wat deze honden gemeen hebben, is dat ze net zijn afgeleverd aan hun nieuwe baas. In het leven van de hond is dat een kleine aardverschuiving waar ze terdege aan moeten wennen.

Anders dan anders

Over het algemeen gesproken zijn aspirant-geleidehonden goed in staat om over te schakelen van de ene naar de andere situatie. Dat neemt niet weg dat geduld en begrip noodzakelijk zijn om hem goed door de overgangsfase heen te helpen. ‘Er gaat meer om tussen die oren dan je denkt’ zegt Ans L’abee. ‘In de nieuwe omgeving is hij wildvreemd. Dan is het niet zo gek dat een hond onzeker is. De baas moet aan de hond wennen, maar de hond minstens zo hard aan zijn baas.’

‘Overwennen’, het woord dat Ans en Evaline gebruiken, is een samentrekking van overplaatsen en wennen. Het is een proces dat vaak gepaard gaat met onverwacht gedrag. De enige vaste regel daarbij is dat de hond zich dan tijdelijk anders gedraagt dan normaal. Geleidehond Anna had sinds haar vroege puppentijd nooit meer een drup in huis gedaan. Meike, de geleidehond van Henry Brendel, die hem werd voorgesteld als een rustige, sociale en intelligente hond bleek behoorlijk zenuwachtig. ‘Het viel me ook op dat ze veel bleef staan en niet tot rust kwam’ vertelt Henry. ‘En in een onbewaakt ogenblik sprong ze zo, met de voorpoten op een stoel en pikte ze een pluche KNGF-hondje van tafel. Terwijl ze zoiets nooit eerder had gedaan.’

Een hond die bezig is met overwennen, is zichzelf niet. Het kan tot een week of zes duren voordat hij zich bij de nieuwe baas in de nieuwe omgeving thuis voelt. Het kan daarom gebeuren dat een net geplaatste geleidehond zich niet zo gedraagt als de instructeur bij de kennismaking heeft beschreven. Voor een beetje meer houvast zijn er wel wat gedragingen te noemen die onder ‘typisch wengedrag’ vallen. Onzindelijkheid, onrust, veel drinken en daardoor veel plassen, of juist helemaal niet willen plassen en het op de voet volgen van de nieuwe baas komen regelmatig voor. Maar Ans en Evaline hebben ook een hond meegemaakt die op het extreme af apporteerde. ‘Zelfs de glazen van tafel kwam ie brengen. Dan is het belangrijk dat je kunt herkennen waar dat gedrag vandaan komt’ vindt Ans. ‘Deze hond was zich zo aan het uitsloven om in de smaak te vallen. Hij had de gunst van zijn nieuwe baas zo hard nodig. Je hoeft dan niet bang te zijn dat je een irritante, neurotische hond hebt. Deze hond was gewoon bezig met overwennen.’

Om zich ‘senang’ te kunnen voelen is de gunst, maar ook het vertrouwen in en de steun van de nieuwe baas onontbeerlijk. Neem Nivar, een stoere Duitse herder reu. Geen vechtersbaas, maar zijn mannetje staat hij wel. Totdat hij met zijn kersverse baas naar het park gaat, een groepje honden tegenkomt en zich zonder pardon het park laat uitjagen. Ook dit is overwengedrag, weet Evaline. ‘Nivar liep met een vreemde baas, in een onbekende omgeving en komt dan wildvreemde honden tegen. Die voelt zich dan bepaald niet op z’n gemak. Als het hem hier bij ons in zijn vertrouwde bos met Ans of mij erbij was overkomen, dan was hij op het pad gaan staan, van ‘kom maar op’. ‘Dat is een goede reden’ vult Ans haar aan ‘Om een nieuwe hond niet meteen los te laten. Eerst vriendjes worden en een vertrouwensband aangaan. Als je weet wat je aan elkaar hebt en de hond kent zijn omgeving, dan kun je hem loslaten.’

Gebrek aan een vertrouwensband kan ook bij geleidewerk een rol spelen. Een hond kan zo onzeker zijn dat hij geen beslissing meer neemt, niet voor z’n baas uit wil lopen of juist hard trekt en ook miscommunicatie komt voor. Ook dit overkwam Henry Brendel. ‘De eerste dagen liep Meike perfect totdat ze steeds vaker het gras opliep. Om haar behoefte te doen, dacht ik. Dus ik bleef steeds braaf stilstaan. Na verloop van tijd wilde ze iedere meter het gras op en liep ze helemaal niet meer. Tijdens een nazorgbezoek bleek dat ze niet moest plassen, maar gewoon stil bleef staan.’

In training liet Meike dit gedrag niet zien en deed ze haar werk prima. Het bleef toegedekt omdat ze precies wist wat ze aan haar trainers had. Eenmaal bij Henry ging het gedrag van kwaad tot erger omdat hij het gedrag logischerwijs niet begreep. En omdat ze nog maar zo kort bij hem was, wilde hij ook niet ingrijpen. Nadat Ans het probleem had geanalyseerd en Meike had hertraind, is het nooit meer gebeurd.

Geduld, structuur, succes en liefde

Overwengedrag gaat over. Intussen kun je de hond helpen door het hem zo gemakkelijk mogelijk te maken. ‘Rust en geduld’ zegt Ans. ’Nodig niet gelijk alle buren uit om kennis te maken met je hond. Geef hem de kans om tot zichzelf te komen en verwacht niet dat hij meteen de sterren van de hemel loopt.’ ‘Structuur’ zegt Evaline. ‘Biedt vastigheid. Alles is veranderd, dus geef hem houvast door de dingen hetzelfde te doen. Loop je vaste routes. Ga van A naar B en van A naar C, knoop niet meteen routes aan elkaar en neem rustig de tijd. Dat voorkomt fouten en struikelpartijen die de hond zich vooral in het begin erg aantrekt. Zorg voor succeservaringen, die geven hem zelfvertrouwen. Daar groeit hij van. Dan heeft ie lekker met jou gewerkt.’

In het begin mag de hond niet alleen blijven. Jij bent als enige een beetje bekend. Ga jij ook nog weg, dan stort zijn wereld in. Het advies is dan ook ’s nachts in de buurt te blijven, in ieder geval binnen gehoorafstand. Maar de eerste nachten mee naar de slaapkamer of zelf beneden op de bank gaan slapen kan zeker geen kwaad.

Het allerbelangrijkste is natuurlijk de liefde. Hoewel Henry Brendel er niet de man voor is, heeft hij het in het begin wel goed gevonden als Meike met de voorpoten op zijn schoot sprong om de band te versterken. ‘Ga in op toenaderingspogingen.’ Ans kan het niet genoeg benadrukken. ‘Honden hebben emoties. Als een hond bij je komt en hij krijgt nul komma nul reactie, dan is hij in jou teleurgesteld. Geloof mij maar, daar wordt de vertrouwensband niet beter van.’

Pups en jonge honden

Een aspirant-geleidehond krijgt drie keer in zijn leven te maken met een overplaatsing; van fokgastgezin naar pleeggezin, naar school en tot slot naar zijn blinde baas of bazin. Althans, als alles volgens plan verloopt. Marieke Niesen, consulente bij Puppy- en Pleeggezinnenzorg: ‘Soms ontkom je niet aan herplaatsing van het ene naar het andere pleeggezin. Het hoeft ook niet slecht te zijn. Een drukke hond in een druk gezin kan eindelijk tot zichzelf komen als hij in een rustig gezin komt. Dat gun je toch iedere hond? Ook bij een hond die niet zindelijk wordt, kan het een goede zet zijn om hem te herplaatsen. De andere situatie geeft dan vaak een ommekeer. Soms moeten we herplaatsen om een hond als geleidehond een kans te geven. Als hij erg gespannen is in een drukke stad, maar zijn pleeggezin is niet in de gelegenheid is om dat vaak te oefenen, bijvoorbeeld.’

Herplaatsing gebeurt alleen als het echt niet anders kan, onder begeleiding van Puppy- en Pleeggezinnenzorg en naar ervaren pleeggezinnen. Ook dan luidt het advies ‘doe maar rustig aan’. ‘Veel structuur, duidelijkheid en geen spannende of moeilijk dingen de eerste dagen’ somt Marieke op. ‘Een herplaatsing verloopt soepeler als je de hond veel kunt belonen. Dan zal hij sneller zichzelf zijn.’

‘Jongens, het gaat over’

Wie wil dat zijn hond optimaal functioneert, zorgt ervoor dat de randvoorwaarden zo optimaal mogelijk zijn. ‘Niet alleen nemen, ook geven’, vindt Ans. Om er meteen achteraan te zeggen dat de meeste cliënten dat heel goed doen. ‘Heb geduld en vertrouwen. En raak vooral niet in paniek, want jongens het gaat over!’ Henry Brendel weet dat Ans gelijk heeft. Eenmaal gewend, werd Meike de hond die ze echt is. Inderdaad; rustig, sociaal en intelligent. ‘Ik heb een gouden hond aan haar en we lopen als een treintje’ zegt hij. ‘Het was een kwestie van wennen.’

10 tips voor de eerste weken

  • Bied structuur, doe de dingen voorlopig hetzelfde
  • Geef rust, nodig niet meteen iedereen uit
  • Wees duidelijk
  • Beheers jezelf en overvraag de hond niet
  • Zorg voor succeservaringen, loop rustig de vaste routes
  • Laat de hond welkom zijn in het gezin
  • Doe leuke dingen, ga naar het bos of speel samen in de tuin
  • Ga altijd in op zijn affectie en uitnodiging tot spelen
  • Heb geduld en vertrouwen
  • En geef hem op z’n tijd een knuffel